Vanavond eten wij raapstelenstampot. Een spannend experiment, want niemand van ons heeft ooit raapstelen gegeten. Raar eigenlijk, het is een echt hollandse groente, maar bij ons thuis stond hij nooit op tafel.

Ik las een artikel in de Seasons (tijdens de pianoles van Emile) over het telen en oogsten van raapstelen, en toen zaterdag op de markt voor mij iemand raapstelen mee nam dacht ik: laten we het nu dan maar gaan proberen.

Vanmorgen heb ik op internet een recept gezocht. Ik stuitte op http://www.raapstelen.nl/, met informatie over de groente (het zijn de jongste blaadjes van de meiknol, die ken ik wel!) en recepten. Het recept van vandaag komt uit de Volkskeuken en is van Onno Kleyn. Inmiddels geurt de keuken heerlijk naar de sudderende riblappen met rozemarijn.

Sukadelapjes met rozemarijn en raapsteelstampot
4 personen

Ingrediënten

  • 100 gram (vloeibare) boter
  • 600 gram sucade of riblappen
  • 1 ui, grofgehakt
  • 400 ml vleesfond
  • 100 ml rode wijn
  • 3 el (balsamico) azijn
  • verse rozemarijntakjes
  • aardappelen
  • raapstelen
  • melk

Verhit 50 gram boter in de pan en braad daarin de lappen aan. Haal ze eruit als ze een mooi kleurtje hebben. Fruit de ui 3 minuten in de boter en voeg daarna de fond, de wijn, de azijn en de rozemarijn toe. Breng het aan de kook, voeg het vlees eraan toe en laat het gaar worden. Een uurtje of 2 heeft het zeker nodig, ik vraag altijd even aan mijn slager hoe lang het ook alweer was.

Maak de stamppot van de gepureerde aardappelen, 50 gram boter en melk en de gewassen en kleingesneden raapstelen. Bij een nieuwe stamppot ga ik altijd op zoek naar de beste verhouding, die is voor iedereen verschillend heb ik inmiddels gemerkt. Wij eten stamppot altijd met weinig aardappel en meer groente.

Ten slotte de jus: haal het vlees uit de pan, zeef eventueel het overgebleven baksel als je niet van stukjes houdt en kook het in tot het dik genoeg is.

Serveren: stamppot op het bord, stukje vlees erop en jus eromheen.