Na de kennismaking met de Pieterman in Dordrecht ben ik op zoek gegaan naar een dealer in Zeist. En ze kenden hem gewoon, bij de viswinkel waar ik al jaren kom. Niet in het assortiment, maar wel te bestellen.

En vanmorgen waren ze gearriveerd, de pietermannen. Kleine visjes met pittige tandjes. De giftige vinnen waren er al afgesneden.

En daar zat ik dan, met leuke, hele visjes en drie jongens die gruwelen bij graten. Gelukkig heb ik in de zomer een verslaving gehad met een dagelijks portie “Australian Masterchef”. Hoe vaak heb ik niet gekeken naar deelnemers die hele vissen onder handen moesten memen en naar huis werden gestuurd als er graten waren achtergebleven. See one, do one, teach one, het zou mij lukken. Zes visjes en een snee in mijn duim verder, had ik 12 prachtige filetjes liggen. Helaas nog wel wat veel vis op de graad. Maar de karkassen ga ik gebruiken voor het trekken van bouillon. En de rauwe vis is zo lekker, dat ik dat de volgende keer gebruik voor sushi.

Ik heb de vis gebakken zoals mijn oma vroeger deed: even door de melk en daarna de bloem. Eerst bakken op de kant van de vis, en daarna de velkant. Andersom is niet aan te raden, dan trekt ‘ie helemaal rond.

Samen met een stampotje raapstelen en een rabarbercompote was het een heerlijk voorjaarsmaaltijd.